Herinneringen aan Peer door Sjaak van Hal

Beste Peer,

 

Als secretaresse van de Bollenstreek Branch wil ik graag een paar herinneringen ophalen over onze gesmeerde samenwerking. Regelmatig klopte je als voorzitter bij mij aan als het weer eens tijd was voor een bulletin - of een 'briefie' zoals jij het noemde. Meestal was de aanleiding een of ander motorweekend of een toerrit. Omdat het programma daarvan nogal voorspelbaar was - stukkie rijden, stoppen voor een biertje, stukkie rijden, stoppen voor een biertje, weer een stukkie rijden, stoppen, snel wat eten en voor de zekerheid nog een paar biertjes - vonden we dat we daaromheen iets meer moesten vertellen. En wat was nu mooier dan uitgebreid kond doen van het wel en wee binnen de Bollenstreek Branch?

 

Onze redactievergaderingen waren altijd even kort als krachtig. Jij wist altijd wel wat er zoal speelde en gewillige slachtoffers waren dan ook snel gevonden. Alles onder het mom van: men neme een Geep en de rest gaat vanzelf. De voorpret van jou was al een belevenis op zich. Op mijn vraag of je nog iets ranzigs te melden had, begon je steevast eerst te grinniken. Een handvol BB-leden passeerde vervolgens de revue, met allerlei ruzies, jaloezie, problemen in de relationele sfeer en andere roddel en achterklap. Conflicten over erfscheidingen, tekortkomingen van mensen in hun fysiek, uit de hand gelopen horecabezoek, drama's in de liefde, onhandigheidjes bij het sleutelen, miskopen op transportgebied, crashes met auto's, motoren en andere vervoermiddelen: jij gaf de voorzet en ik dikte de boel flink aan. Samenvattend vroeg ik je dan of ik het zo goed begrepen had.

 

Dan kwam soms de behoedzame en ook zachte Peer om de hoek kijken. Je zei dan zoiets van: "Ja Sjoek, zo is het wel ongeveer gegaan, maar misschien moet je het allemaal een béétje voorzichtiger brengen." Niks ervan", zei ik dan, "We vertellen gewoon zoals het is." Als dan aan het eind van het liedje de tranen over je wangen biggelden, begreep ik wel dat we de juiste toon en insteek te pakken hadden en kon het schrijven beginnen. Jarenlang was jij zo de grote inspirator achter alle vuige verhalen, die zo plichtsgetrouw door Geep bij de leden werden thuisbezorgd.

 

Ook zakelijk had het lot ons aan elkaar verbonden. In mijn Mitsubishi-tijd in Sassenheim was jij jarenlang onze trouwe liftmonteur. En dat terwijl in ons laagbouwkantoor geen lift te bekennen was. De ups- en downs-business noemde je dat. Regelmatig zat je in je met olie bevlekte werkkleding bij mij aan het bureau. Jij bracht gevulde koeken mee uit de bedrijfskantine en ik zorgde voor liters koffie. Ook sleepte je regelmatig fraaie liftattributen met je mee. Zo kon het gebeuren dat de printerruimte op onze afdeling was voorzien van een heus liftbedieningspaneel en diverse bordjes met belangwekkende aanwijzingen. Dat het bijzonder was om in ons gelijkvloerse gebouw over een lift te beschikken die van de niet bestaande kelder wel tot de 6e etage kon, bleek ook uit de reacties van collega's van andere afdelingen. Sommigen vroegen: "Verrek, zit hier een lift?", waarop wij dan zeiden, "Ja, dat zie je toch." Een directeur die een keer bij mij moest zijn, keek zelfs nieuwsgierig door de glazen deur naar boven, om vervolgens onnozel naar een systeemplafond te staren. Ik zal het gezicht dat jij toen trok niet snel vergeten.

 

Zo'n bezoekje van jou kon trouwens best een tijd duren want de afhangbordjes aan de kapitale lift in het hoofdgebouw waren geduldig. En je vond niets zo mooi als al die mannen in het pak klagend en steunend de trap moesten nemen. Als m'n afdelingshoofd langsliep en een bedenkelijk gezicht trok van: 'Wie is die man in overall?' vertelde ik dat jij een belangrijke klant was. En dat was ook zo, want samen hadden wij de zorg voor de oude Mitsubishi Tredia van vader Van den Berg op ons genomen. Jij verzorgde het onderhoud en ik speelde voor merkdealer. Voor weinig natuurlijk, want zo zag vader Van den Berg het graag. Als we een onderdeel niet op voorraad hadden, liet ik het voor veel geld uit Europa of Japan overkomen, want die ouwe Tredia moest en zou blijven rijden. En jij maar lachen. Zo zal ik me jou ook blijven herinneren: de man met de eeuwige grijns op zijn gezicht. De man die van iedere situatie de humor inzag. Waar Peer was, was het gezellig.

 

En toen kwam plotseling het bericht dat je er niet meer was. Het heeft voor mij een paar dagen geduurd tot dat volledig tot me doordrong. Want Peer en de dood, dat viel voor mij niet met elkaar te rijmen.

 

Ik troost me met de gedachte dat je weliswaar veel te kort bij ons was, maar dat je met volle teugen van het leven hebt genoten. Dat gevoel overheerst voor mij ook bij dit afscheid. Peer jongen, wat heb ik met jou een plezier gehad.